Wat zegt de Bijbel.


Hieronder een aantal Bijbelplaatsen waar men zich met de praktijken van Satan inlaat.

‘Onder u mag niemand gevonden worden  die zijn zoon of zijn dochter door het vuur laat gaan,  die waarzeggerij pleegt, die wolken duidt of aan wichelarij doet, die een tovenaar is, die bezweringen doet, die een dodenbezweerder of een waarzegger raadpleegt, of die bij de doden onderzoek doet. Want iedereen die zulke dingen doet, is een gruwel voor de HEERE. En vanwege deze gruweldaden verdrijft de HEERE, uw God, deze volken van voor uw ogen uit hun bezit.’ Deut. 18:10,12.

‘Zo stierf Saul vanwege zijn trouwbreuk, die hij tegenover de HEERE had gepleegd, vanwege het woord van de HEERE, dat hij niet in acht had genomen, en ook omdat hij een dodenbezweerder had geraadpleegd, en niet de HEERE had geraadpleegd. Daarom doodde Hij hem en liet Hij het koningschap overgaan op David, de zoon van Isaï.’ 1 Kron. 10:13, 14, 1 Sam. 28:8-14.

‘En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht.’ 2 Kor. 11:14
Enkel aan het licht kan men de geesten niet toetsen.

‘Daarom maak ik u bekend dat niemand die door de Geest van God spreekt, zegt: Jezus is een vervloekte. Ook kan niemand zeggen: Jezus is Heere, dan door de Heilige Geest.’ 1 Kor. 12:3.

‘Laat u niet de prijs ontzeggen door iemand die behagen schept in nederigheid en engelenverering, intreedt in wat hij niet gezien heeft, zonder reden gewichtig doet door zijn vleselijke denken,’
Kol.2:18-19.

‘Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.’ Efez. 6:12.

‘U mag u niet wenden tot de dodenbezweerders en tot de waarzeggers. U mag hen niet raadplegen, zodat u zich met hen verontreinigt. Ik ben de HEERE, uw God.’ Lev. 19:31.

‘Wanneer een man of een vrouw in verbinding staat met de geest van een dode, of een waarzegger is, moeten zij zeker ter dood gebracht worden. Men moet hen met stenen stenigen. Hun bloed rust op henzelf.’ Lev. 20:27.

‘U bent moe geworden van uw vele plannen. Laten zij toch opstaan die de hemel waarnemen, die naar de sterren kijken, die bij nieuwe maan voorspellingen doen; laten zij u verlossen van de dingen die over u zullen komen!’ Jes. 47:13.

‘want de afgodsbeelden spreken bedrog, en de waarzeggers schouwen leugen; ook spreken zij van valse dromen, zij troosten met vluchtige woorden. Daarom zijn zij weggetrokken als schapen; zij worden verdrukt, want er is geen herder.’ Zach. 10:2.

De Bijbel waarschuwt tegen de valse voorspellingen van de astrologie.

Jer. 10:02, 27:9-10, Dan. 2:1-4, 4:7, 5:7-9.

En de Bijbel veroordeelt bij herhaling de bijbehorende praktijk van het aanbidden van de zon, de maan en de sterren, of de daaraan verbonden goden of demonen.

Deut. 4:19; 17:2-5; 2 Kon. 21:3, 5, Zef. 1:5; Job 31:26-28, Jer. 8:1-2.

Iedereen die zich inlaat met occulte praktijken in welke vorm dan ook, doet een gruwel in Gods ogen.

2 Kon. 21:6, Micha 5:12, Jes. 47:12, Eze. 13:18, 20, Hand. 8:11 24; Lev. 20:27, Ex. 7:11, Op. 9:21; 22:15.

Iedereen die zich inlaat met toverij, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God.

Gal. 5:20-21, Op. 21:8, Luc. 21:15, Hand. 6:10 hand. 9:9, Hand. 9:17.

En wat kunnen christenen doen met betrekking tot demonische aanvallen op gelovigen? De Bijbel is daarover zeer duidelijk:
‘Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.’ Ef. 6:13.
‘Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.’ Jak. 4:7.
‘Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders in de wereld opgelegd wordt.’ 1 Pet. 5:9.

1 Kor. 12:4-11, Luc. 11:11-13, 1 Joh. 4:1-3, 1 Kor. 14:1, Luc. 16:31, Ef. 5:6-11.

Een Christelijk Leven.